Marketingscience: data en duurzaamheid op ramkoers, of toch niet?

Dirk Lutke Veldhuis
13 jul 2020

De groei van data

Ons leven speelt zich steeds meer digitaal en online af, wat ook invloed heeft op de hoeveelheid data die we gebruiken én genereren. Zo gebruiken we steeds meer data door bijvoorbeeld vergaderingen online te houden in plaats van op kantoor. Aangezien ons gedrag zich meer online afspeelt, creëren we ook (onbewust) meer data, denk aan Google Maps die je locatiegegevens verzamelt. De trend is ook zichtbaar in het volume aan data wat elk jaar gecreëerd wordt, dit zal in 2025 circa 90 keer groter zijn ten opzichte van 2010 (Statista, 2020). Ook binnen het marketingdomein wordt er steeds meer data opgeslagen en gebruikt. Data-driven is het nieuwe buzzwoord, er kan dan ook nooit genoeg van zijn voor marketeers en data scientists.

Voor alles wat online gebeurt zijn datacenters nodig. Datacenters zijn simpel gezegd locaties met honderden supergeavanceerde servers waar data opgeslagen en verwerkt wordt. Deze cloud industrie wordt gedomineerd door de grote tech bedrijven als Amazon, Microsoft en Google. Deze bedrijven zijn sterk vertegenwoordigt in het Nederlandse datacenter landschap. Zo heeft Microsoft recentelijk nog een datacenter van 2 miljard euro geopend in de Noord-Hollandse polder bij Middenmeer (NRC Handelsblad, 2020).

Wat onder het grote publiek wellicht nog niet geheel bekend is, is de enorme elektriciteitsconsumptie van de datacenters. Volgens de Dutch Data Center Association, de brancheorganisatie van datacenters in Nederland, verbruikten datacenters vorig jaar vier miljard kilowattuur aan elektriciteit (NRC Handelsblad, 2019). Dit is ongeveer 3% van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik en daarmee vier keer zoveel als het verbruik van de NS (1,35 miljard kilowattuur) en meer dan alle (duurzame) elektriciteit opgewekt uit zonnepanelen (3,1 miljard kilowattuur).

Duurzaamheid wordt een issue

Dankzij de explosieve vraag naar data in de komende jaren, schat het toonaangevende tijdschrift Nature dat de elektriciteitsvraag van datacenters wereldwijd kan oplopen tot 21% van het totale elektriciteitsverbruik in 2030. Het zou allemaal niet zoveel uitmaken mits we ons in Nederland niet het doel hebben gesteld voor 2030 49% minder CO2 uit te stoten (Klimaatakkoord, 2019). Hiervoor zullen we zowel minder energie moeten verbruiken als meer energie duurzaam opwekken. Momenteel wekken we met zon- en windenergie ca. 14% van het van het totale elektriciteitsverbruik. Dit is dus niet genoeg om het verwachte verbruik van 21% van datacenters in 2030 op te vangen, ook aangezien de bouw van nieuwe zon- en windparken stroef verloopt en we een stuk meer elektriciteit zullen gaan gebruiken door de overstap naar elektrisch rijden en de warmtepomp. De toename in vraag naar elektriciteit door datacenters is dus vanuit een duurzaamheidsagenda amper bij te benen.

Vestigingsklimaat in Nederland

Het is wellicht verstandig daarom eens kritisch te kijken naar het vestigingsklimaat van Nederland voor datacenters, wat dankzij de goede infrastructuur en de nabijheid van een internationaal internetknooppunt een populaire keuze is voor bedrijven als Microsoft en Amazon. Alhoewel ze ook werkgelegenheid met zich meebrengen, staat dit in schril contrast met de extra inspanningen die dankzij hun elektriciteitsverbruik nodig zijn om de klimaatdoelen te halen. Bovendien hosten datacenters niet alleen gebruik voor binnen Nederland, maar ook voor het buitenland. Een datacenter van Microsoft in de Wieringermeerpolder host bijvoorbeeld de cloud voor het Midden-Oosten en Afrika, maar verbruikt wel aan elektriciteit wat 33 windmolens in één jaar opwekken, wat dan weer gelijk staat aan het elektriciteitsverbruik van circa 120.000 huishoudens (NRC Handelsblad, 2020).

Dus nu stoppen met data?

Ik hoor je zeggen, moeten we dan minder data gebruiken om zo het klimaat te redden? Het antwoord daarop is nee. We kunnen niet zonder data, zoals we ook niet zonder datacenters kunnen. Onze levens, en die van bedrijven, spelen zich immers steeds meer digitaal af. Deze ontwikkeling remmen is onhaalbaar en onrealistisch. Bovendien is een online (data-driven) leven nog steeds een stuk duurzamer dan de offline equivalent. Zo bespaart een online meeting met collega’s al gauw enkele liters brandstof omdat niemand naar kantoor hoeft te komen.

Bovendien zijn datacenters veel efficiënter als het gaat om elektriciteitsverbruik vergeleken met servers en computers op locatie. Zo kan de CO2 uitstoot tot 90% worden verkleind wanneer bedrijven overstappen op de cloud, aangezien datacenters een schaalvoordeel behalen waardoor ze hyper efficiënt met elektriciteit kunnen omgaan. Het is dus een stuk efficiënter (en duurzamer) om complexe analyses te runnen in de cloud in plaats van op je laptop. Duurzaamheid is gebaat met een manier van werken die juist méér digitaal en data-driven is, in plaats van offline.

We moeten ons vooral niet afkeren van data, maar het juist omarmen. Dit betekent dat we moeten doorgaan met de digitale transformatie die we de afgelopen jaren hebben meegemaakt. Hoe eerder we hierin slagen, des te meer we bijdragen aan een duurzame toekomst. Gelukkig doen wij dit elke dag al bij EY VODW, al 37 jaar lang.

Dit artikel verscheen eerder in MarketingTribune, vakblad over marketing.

 

Eerste hulp bij data

Bergen data, maar geen idee wat je er mee kunt? Laat de data scientists van EY VODW je helpen! Ze helpen je inzichten uit je data te halen waarmee je business structureel uitgebouwd kan worden.

Vertel mij meer

Onze blogs direct in je mailbox?

Interessant? Laat een reactie achter