Kansen voor financiële proposities bij lagere inkomensgroepen

Astrid Geerlings
24 feb 2020

Al eerder analyseerde we financiële gewoonten en keuzes van consumenten aan de hand van leeftijd, generaties of levensfases. Jongeren zijn bijvoorbeeld weinig met hun pensioen bezig en ouderen hebben veel spaargeld zonder specifiek doel. Waardevolle inzichten, maar ze vertellen niet het hele verhaal. De type mensen en drijfveren binnen deze leeftijdsgroepen zijn namelijk verre van homogeen. Daarom dit keer een andere segmentatie voor de analyse: inkomen. Hoe verschillend gaan inkomensgroepen om met hun financiën? Zijn alle groepen in staat voldoende vermogen op te bouwen? En welke kansen liggen hier voor financiële instellingen?

Sparen mogelijk en noodzakelijk, voor iedereen

In de Trendmonitor Vermogen doen we elk kwartaal onderzoek naar hoe Nederlanders denken over en omgaan met persoonlijke financiën. In de laatste editie zien we onder meer dat vermogensopbouw voor veel Nederlandse huishoudens met een laag of middeninkomen uitdagend is. Gezinnen met één kostwinner met een modaal inkomen à € 35.500,- (2019) sparen bijvoorbeeld vaak niet of nauwelijks. Zo spaart een kwart van de huishoudens met een bruto inkomen tussen de € 30.000,- en € 40.000,- minder dan € 50,- per maand, waarvan twee derde zelfs niets. Van de inkomens onder de € 30.000,- spaart meer dan de helft € 50,- of minder, in de groepen erboven stijgt het spaarbedrag snel. Dit is zorgelijk, omdat het essentieel is geld opzij te zetten. Op korte termijn dient spaargeld als buffer voor financiële tegenvallers. Maar ook op (middel)lange termijn is een potje nodig voor een eventueel koophuis of de opbouw van een solide pensioen. In zowel de bewustwording als gedragsverandering van huishoudens is hier een rol weggelegd voor financiële instellingen. Begeleiding bij het managen van een huishoudboekje en voorlichting over vermogensopbouw kunnen worden gecombineerd met passende spaar- en of beleggingsproducten.

Voor veel Nederlanders is beleggen nog een ver-van-mijn-bedshow

In een eerdere blog zagen we dat jonge huishoudens (25-45) iets fanatiekere beleggers zijn dan de groep boven de 45 (23% tegenover 21%). Echter hangt het beleggingsgedrag minstens zo sterk met het inkomen samen. Van de huishoudens die bruto € 30.000,- tot € 50.000-, verdienen belegt 20%, dit is 44% in de groep € 50.000,- tot € 75.000,- en zelfs 57% onder huishoudens met inkomens boven de € 100.000,-. Ondanks dat aanbieders inzetten op producten met een lage minimuminleg slaat beleggen bij de lage en middengroepen dus nog niet aan. We hebben gevraagd wat niet-beleggers in het algemeen over zou halen om te beginnen. Zowel de mogelijkheid om met lage bedragen en weinig risico’s te beginnen is een aandachtspunt als het begrip van de voor- en nadelen en de risico's. Bij lage en midden inkomens zien we echter dat een groot deel zich niet aangetrokken voelt tot het onderwerp beleggen. 50% zegt namelijk überhaupt niet na te denken over beleggen. Als er geen luisterend oor is, maakt de boodschap ook niet uit. Aan aanbieders dus het advies in de eerste plaats op zoek te gaan naar nieuwe, effectievere manieren om deze groep te bereiken. Zodra zij de juiste snaar weten te raken kan waarde worden gecreëerd voor een groep die nu nog nauwelijks bediend wordt. Dat is winst voor beide partijen.

Consumenten helpen hun financiële doelen te behalen

Voor zowel sparen als beleggen geldt dus dat veel van de huishoudens met lage en midden inkomens er niet mee bezig zijn, zowel in betrokkenheid als daadwerkelijk gedrag. Hun beperkte interesse voor vermogensopbouw weerhoudt ze er echter niet van te fantaseren over doelen waar vermogensopbouw wel voor nodig is. Neem bijvoorbeeld eerder stoppen met werken. 60% van de groep met een inkomen tussen de € 30.000,- en € 40.000,- wil eerder stoppen, wat vergelijkbaar is met de hogere inkomensgroepen. Als we vragen of deze groep een pensioentekort verwacht dan is het antwoord ook vaak ja. Deze tegenstellingen gaan op termijn wringen. Wanneer consumenten vermogen opbouwen op een tempo dat te laag is om hun doel te bereiken, zullen ze meer moeten inleggen, producten met een hoger rendement moeten overwegen of hun doelen moeten bijstellen. Of het nu gaat om het sparen voor de studie van de kinderen of pensioenopbouw voor een zorgeloze oude dag. Aan financiële instellingen de schone taak alle consumenten hierop te wijzen en bij te helpen, weinig of veel inkomen, jong of oud.

Trendmonitor vermogen

Op zoek naar inzichten in de trends rond het vermogen van Nederlandse huishoudens?

Ontdek de Trendmonitor

Onze blogs direct in je mailbox?

Interessant? Laat een reactie achter